21 mei

We rijden naar Olafsfjördur, waar we een prachtig museum bezoeken. Dit museum laat alles zien over de haringvisserij vanaf 1900 en de verwerking ervan en ook hoe de mensen in die tijd leefden. Er zijn compleet ingerichte huisjes met slaapkamertjes en keukens compleet met potjes in pannetjes. Je kunt er een film bekijken die (in het Engels) vertelt over de geschiedenis van deze stad. Ik lees in een gidsje dat dit museum een aantal jaren geleden een prijs heeft gekregen. Het is opgezet door vrijwilligers, die het verleden niet verloren wilden laten gaan. Nou, ik moet zeggen: we zijn wel even zoet voor we alles bekeken hebben! In een van de ruimten staat zelfs een boot uit die tijd, die je kunt bezichtigen.
Ik schreef al over ‘huisjes, potjes en pannetjes’, want alles uit die tijd is klein. De bedden zijn hooguit 1.75 meter lang, de tafels laag. Aan boord van de vissersboot is alles nog kleiner maar Henk wringt zich door een kleine doorgang langs een laddertje naar beneden, om in de scheepskeuken te neuzen. Ik vind het wel goed, ik roep: “Maak er maar een foto van”. Dat steile laddertje lijkt me maar niks.
Dan rijden we door naar Dalvik, waar we bivak maken naast de kerk en het kerkhof. De sneeuw ligt hier nog erg hoog langs de kant van de weg, al zijn de wegen wel sneeuwvrij. We zitten in een wintersportgebied. Om elf uur doen we de verduisteringsgordijnen dicht, het is nog klaarlichte dag, de zon is net onder.

22 mei

Als ik de verduisteringsgordijnen weer opendoe, zie ik dat het sneeuwt. Dikke vlokken komen naar beneden; de thermometer geeft aan dat het buiten twee graden is. We rijden door naar Akureyri, dat is na Reykjavik de grootste stad op IJsland. Naar Nederlandse begrippen is het een provinciestadje, zoiets als Zevenaar.
Als we er aankomen is het opgehouden met sneeuwen, maar er staat een stevige wind die door al je kleren waait. We lopen door het centrum op zoek naar iets dat voor ons interessant is maar de kerk is gesloten vanwege een begrafenis en het luchtvaartmuseum gaat pas per 1 juni open. Genoeg dure winkels met souvenirs of sportkleding, maar eigenlijk niets van onze gading. Ach, het is ook eigenlijk te koud om te shoppen.

We gaan een plekje zoeken waar we een onbeveiligd internetsignaal kunnen opvangen. Als we dat gevonden hebben, ergens vlak bij de haven bij een prachtig cultureel centrum waar ook de VVV gevestigd is, blijken we ook nog een tv-signaal te ontvangen. Henk is opgetogen, nu kan hij de voetbalwedstrijd zien. We besluiten dat het zo wel goed is, binnen is het warm, we hebben thee en koekjes en morgen is er weer een dag.
Helaas komt Henk er achter dat de voetbalwedstrijd niet vandaag wordt gespeeld. Dan maar de kroeg in, ook een goed plan!